Onze eerste gedachten over impact investeren met een Effective Giving-kijk


Effective Giving

 

Impact investing is about having a social objective, an important problem to solve that others are neglecting, and using capital and your expertise to find those funds/investments that are the best at achieving your social objective at the swiftest possible speed.” (Quote van AXA expert meeting presentatie)

 

Samenvatting

Als Effective Givers willen we samen leren hoe we maximaal veel verschil kunnen maken met onze (altijd gelimiteerde) middelen. We hanteren daarbij de volgende acht basisprincipes: 1. Streven naar optimale inzet van unieke middelen, 2. Erkennen dat de middelen beperkt zijn en durven kiezen, 3. Proberen het effect voor iedere euro te maximaliseren, 4. Zoeken van gebieden die verwaarloosd zijn, 5. Impact zien ten opzichte van wat er sowieso gebeurd zou zijn, 6. Baseren van keuzes op zo’n sterk mogelijk bewijs, 7. Erkennen dat kennis beperkt is en deze proactief ontwikkelen, 8. Kennis, inclusief mislukkingen, delen.

 

Onze community bestaat uit mensen die niet alleen verschil proberen te maken via de inzet van hun tijd, netwerk en filantropische donaties, maar ook via zogenaamde impact investeringen. Impact investing is het doen van investeringen met zowel financiële als maatschappelijke impact. Als investeerder krijg je dus rendement op je verstrekte kapitaal én verbeter je de wereld doordat het kapitaal wordt ingezet om goede dingen te doen. De term wordt breed gebruikt om een grote verscheidenheid aan investeringen te duiden, met verschillende rendement plaatjes ((klein) verlies of geen, beetje of veel rendement).

 

Dat klinkt natuurlijk bijna te mooi om waar te zijn! De wereld verbeteren, je geld met misschien nog wat rendement terugkrijgen en dan nog meer werken aan die betere wereld. Veel Effective Givers hebben echter het gevoel dat wat we met z’n allen impact investments noemen, zeker nog geen effectieve investeringen zijn.  

 

In dit stuk geven wij daarom een samenvatting van de eerste gedachten uit onze community over impact investeren met een Effective Giving kijk. Effective Investing zou je dat dus ook wel kunnen noemen.

 

Onze belangrijkste voorlopige conclusies zijn:

  • Effective Investing vergt een nieuwe definitie = Kapitaal investeren om sociale problemen zo goed mogelijk op te lossen
  • Illusie van accountability via financieel rendement overboord gooien en in plaats daarvan erkennen dat financieel rendement nog geen maatschappelijk rendement is
  • Een nederige houding aannemen over de impact die impact investments (kunnen) behalen
  • De aandacht voor impact verleggen, omdat waar deze nu ligt, onderaan de trechter van keuzes (land, problematiek, sector, type bedrijven, specifiek bedrijf), er juist de minste kans is om de impact (nog) te verhogen
  • Het INT framework [Important, Neglected, Tractable] gebruiken om te prioriteren  

 
1. Wat is Investeren met Impact?

Impact investing gaat over het doen van investeringen met de intentie om zowel financiële als maatschappelijke impact te creëren. Er moet dus zowel rendement worden gemaakt op het geld als impact voor de maatschappij (of het milieu) worden behaald. Sommige definities zijn preciezer, en stellen bijvoorbeeld dat de maatschappelijke impact ook ‘doelbewust’, ‘meetbaar’ of ‘positief’ moet zijn (Sonen Capital, 2013; WEF, 2013; Rockefeller Foundation, 2010). De term impact investing wordt gebruikt om de investeringen van een grote verscheidenheid van investeerders aan te duiden, zoals filantropen, overheden en institutionele investeerders.

Toon meer

Het type impact investing dat wij hier bespreken betreft investeringen aan niet-beursgenoteerde investeringsfondsen of ondernemingen. Voorbeelden van dit soort investeringsfondsen zijn het Triodos Microfinance Fund of het SME Finance Fund van SNS Bank, overheidsfondsen zoals het FMO fonds MASSIF en het DGGF, of fondsen zoals PYMWYMIC’s Healthy Ecosystem Fund en het Sustainability Fund van BRIDGES VENTURES. Dat is dus anders dan het investeren op publieke beurzen in bedrijven die volgens bestaande lijstjes of indices als ‘verantwoord’ of ‘duurzaam’ gezien worden, zoals pensioenfonds PGGM doet door sterk te sturen op verantwoord ondernemen.

 

De extra maatschappelijke impact van MKB-bedrijven waar impact investeerders geïnteresseerd in (zouden moeten) zijn, kan op twee niveaus zitten: a) de bedrijfsvoering, b) de dienst/het product.

 

Een impactgerichte bedrijfsvoering, wat in deze context ook wel een ‘inclusieve business’ genoemd wordt, richt zich op het integreren van uitgesloten groepen in het businessmodel, zoals mensen die in armoede leven (b.v. kleine boeren), vrouwen of jongeren. Een voorbeeld hiervan is het Nederlandse Fairphone. Deze integratie manifesteert zich idealiter door de gehele keten van het bedrijf; als toeleverancier, werknemer, afnemer en consument. Positieve impact op het milieu kan natuurlijk ook onderdeel zijn van deze maatschappelijke impact.

 

Bekende Nederlandse voorbeelden van MKB-bedrijven, vaak ook social enterprises genoemd, die claimen dat zij via hun diensten of producten de maatschappij positief veranderen zijn Waka Waka en Healthy Entrepreneurs. In deze gevallen is er een directe link tussen een product of een service en een belangrijke behoefte van een vaak achtergestelde groep mensen, die via de reguliere markt tot dusver geen kans hadden dat product of die service te bemachtigen.    

 

2. Waarom is er zoveel geloof in impact investing?

De hoeveelheid en verscheidenheid aan actoren die impactinvesteringen doen, en de daarbij (voorspelde) omvang van impactinvesteringen, laten zien dat het vertrouwen dat in impact investing wordt gesteld zeer groot is.

Toon meer

Waar komt dit vertrouwen in impact investing vandaan? Enerzijds lijkt impact investing gedreven te worden door de daling in het vertrouwen in ‘klassieke’ vormen van ontwikkelingshulp. Daarnaast spreekt het idee achter impact investing, net zoals het gedachtegoed achter microfinanciering, natuurlijk erg aan. Het heeft een duidelijke logica. Geld wordt niet weggegeven maar geïnvesteerd en komt dus terug om nogmaals te investeren (revolverend). Zo voelt het niet ‘weggegooid’; het eeuwenoude ‘teach a man how to fish’ lijkt te gelden.

 

Ook bouwt het voort op twee andere populaire ideeën:

1) wanneer oplossingen op een bedrijfsmatige manier worden gevormd dan vormt dat een duurzamere oplossing,

2) oplossingen die mensen zelf bedenken zijn vaak zowel beter als duurzamer dan oplossingen die anderen voor hen bedenken.

 

Het Global Impact Investment Network (GIIN) laat zien dat de markt van impactbeleggingen langzaam groeit. Het GIIN raadpleegde ruim 200 organisaties met in totaal $114 mrd aan impactbeleggingen. De organisaties geven aan in 2016 voor $22.1 mrd aan nieuw vermogen te hebben belegd in 8000 verschillende projecten. Dat is slechts 2,5% van van het totale bnp van Nederland in 2016.

3. Wat zegt het onderzoek over impact investing?

Het onderzoek naar de effectiviteit van impact investing is nog moeilijk te duiden. De kwaliteit van bestaande onderzoeken is nog te zwak, en de onderzoeken die er zijn kunnen vaak geen oorzakelijk verband aantonen tussen investeringen en maatschappelijke doelen zoals werkgelegenheid, armoedereductie, en economische groei. De goede studies die er zijn laten tegengestelde bevindingen zien. Ook betreffen de investeringen in social enterprises of MKB-bedrijven met producten of goederen die een impact zouden moeten hebben op hun consumenten of het milieu natuurlijk een gigantische variëteit aan gewenste effecten. Daar is als aggregaat niet zoveel nuttigs over te zeggen, zij moeten case-by-case bekeken worden.

Toon meer

Onderzoeken die vergelijkingen tussen landen maken, suggereren dat er een positieve relatie is tussen de ontwikkeling van het MKB en economische groei. Hiermee wordt echter geen oorzakelijk verband aangetoond; het is op basis van dit type onderzoeken onduidelijk in hoeverre groei in het MKB-segment bijdraagt aan economische groei op landelijk niveau[2]. Ook als het onduidelijk is of de groei van het gehele MKB in het algemeen kan leiden tot groei van de economie van een land, verwachten impactinvesteerders dat investeringen in specifieke bedrijven goed zijn voor ontwikkelingslanden. Helaas zijn er weinig goede onderzoeken die kijken naar het effect van impact investeringen op de groei van een specifiek(e groep van) MKB bedrijf(/bedrijven), en bijbehorende ontwikkelingseffecten zoals een stijging in het aantal werknemers, hun inkomens of andere positieve effecten op de lokale economie[3]. Dit komt doordat ook bij dit type onderzoeken het moeilijk is om een oorzakelijk verband vast te stellen, doordat een onderzoek om vast te stellen of het bedrijf niet gelijk had gepresteerd zonder de impactinvestering een goede vergelijkingssituatie moet bevatten[1].

Onlangs onderzocht het IOB (Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie) de effectiviteit van 32 private sector ontwikkeling (PSO) programma’s van het Ministerie van Buitenlandse Zaken[1]. Met dit onderzoek wilde het IOB de effectiviteit van deze programma’s onderzoeken, oftewel, inzicht geven in hoeverre zij bijdragen aan het stimuleren van nieuwe ondernemingen, het groeien van bestaande ondernemingen en het verminderen van armoede. Helaas is de opzet van bijna alle evaluaties van deze PSO programma’s te zwak om iets te kunnen concluderen over het behalen van deze doelen. In de woorden van het IOB ‘De evaluaties bieden echter nauwelijks inzicht in de mate waarin de programma’s hielpen om de uiteindelijke doelstellingen te bereiken.’

De resultaten van de goede onderzoeken die er zijn om het effect van investeringen op de prestaties van bedrijven vast te stellen geven geen eenduidig beeld. Waar bijvoorbeeld een onderzoek in Sri Lanka laat zien dat investeringen een groot positief effect hadden op de prestaties van de bedrijven en de regionale arbeidsmarkt[4] duiden andere studies op kleine of geen effecten.[5] Dit komt vooral doordat er veel verschillen zijn tussen het soort investeringen, zowel op het niveau van de grootte van de bedrijven en de sectoren waarin zij opereren, als in de effecten die de studies meten.

Hetzelfde geldt voor de impact van het bedrijf op de maatschappij (wat verwezenlijkt of geschaald wordt met behulp van de investering); bijna geen enkel gedegen onderzoek kijkt naar de maatschappelijke impact van bedrijven waarin geïnvesteerd is. Hierbij kun je denken aan banencreatie met gerelateerde stijging in inkomens en socio-economische status, ontwikkeling van de gemeenschappen of versterking van de lokale economie. Dit komt voornamelijk doordat de studies een te korte tijdshorizon nemen om deze effecten, die zich typisch later manifesteren, mee te nemen.

4. Hoe kunnen we de kans vergroten dat impactinvesteringen effectief zijn?

Het is niet zo dat impact investing geen effectief instrument is, het onderzoek zegt helemaal niet ‘stop er maar mee, dit gaat nooit werken’. Maar het onderzoek geeft wél aan dat de effectiviteit van impact investing niet zomaar aangenomen kan worden. Dit lijkt in de praktijk wel te veel te gebeuren. Wat kunnen we doen om de effectiviteit van impact investeringen te vergroten?

De onderstaande gedachten zijn gebaseerd op discussies en samenwerkingen met meerdere leden uit en rondom de Effective Giving community. We zijn dankbaar voor alle inzichten die we uit gesprekken en gezamenlijke projecten hebben geleerd, en voor andere die ons inzichten hebben verschaft.  

Effective Investing vergt een nieuwe definitie = Kapitaal investeren om sociale problemen zo goed mogelijk op te lossen

Impact investing wordt gedefinieerd* als het doen van investeringen met de intentie om zowel financiële als maatschappelijke impact te creëren, met soms preciezere invulling dat die impact ook ‘doelbewust’, ‘meetbaar’ of ‘positief’ moet zijn (Sonen Capital, 2013; WEF, 2013; Rockefeller Foundation, 2010).

* Bijvoorbeeld: “An investment approach intentionally seeking to create both financial return and positive social impact that is actively measured.” (World Economic Forum, 2013)
Toon meer

Investeerders, of fondsen managers, krijgen door deze definitie misschien een rare indruk van de rol van impact meten. Het lijkt bij deze definitie bijna alsof wanneer je de impact meetbaar kan maken, dat deze automatisch ook waardevol is. In de praktijk komen we die opvatting ook veel tegen. Slide decks van fondsen staan vol met informatie waarin de investeerder ervan wordt overtuigd dat de impact van iedere investering met gestandaardiseerde indicatoren gemeten zal worden, zodat de impact duidelijk wordt.

 

Natuurlijk is meten echter slechts een middel en is het doel met die investeringen maatschappelijke problemen op te lossen. Meten van impact kan dan, in sommige gevallen en wanneer heel goed gedaan (met de juiste wetenschappelijke methode voor de type vraag die wordt gesteld), waarde toevoegen aan het effectiever oplossen van problemen*. In het algemeen kan het gebruik van data en van historische metingen enorm behulpzaam zijn om überhaupt investeringen te doen met veel potentiële impact.

* Zie ook de laatstgenoemde aanbeveling in dit artikel, Het INT framework [Important, Neglected, Tractable] gebruiken om te prioriteren.

 

In dat licht bezien moet die nadruk op ‘meetbaarheid’ misschien uit de definitie worden gehaald en moet er een nadruk komen op het doel van impact investeringen. En dat zou volgens ons toch zijn om maatschappelijke problemen op te lossen.

 

Wanneer we impact investeren benaderen als het investeren van kapitaal om sociale problemen zo goed mogelijk op te lossen, worden investeerders misschien aangezet tot het strategisch zoeken van de best mogelijke deals (of fondsen die dat voor hen doen) die binnen hun financiële limieten de wereld zo goed mogelijk helpen.

 

Wanneer we met deze definitie naar gelikte slide decks van fondsen kijken zien we vaak dat de volgende structuur de norm lijkt te zijn:

  1. Leg uit op welk maatschappelijk thema het fonds de focus legt.
  2. Overtuig waarom dat thema/die thema’s zo enorm belangrijk zijn (zonder ze af te zetten tegen andere opties).
  3. Vertel hoe goed het team zal zijn om gezonde financiële deals in dit thema te maken.
  4. Refereer naar instituties zoals de GIIN indicatoren database om aan te geven dat je kaas hebt gegeten van impact meten.
  5. Laat weten dat je SMART omgaat met meten en dat de investeerder overzichtelijke rapporten kan verwachten met een paar indicatoren die de impact gaan grijpen.
  6. (Soms: vertel hoe competent je bent om wanneer je een investering hebt gedaan, die KPI’s te gebruiken die ervoor zorgen dat de ondernemer de focus behoudt op de impact.)

 

Deze manier van werken heeft ertoe geleid dat er een enorme industrie is ontstaan rondom impact investing. Aan de ene kant vinden we in die industrie enorm veel ‘rebranding’: geweldige financiële deals die sowieso zouden plaatsvinden, worden gepresenteerd als impact investments omdat er geopereerd wordt in maatschappelijke thema’s als de water- of agrisector. Anderzijds vinden we heroïsche sociale ondernemers die funding krijgen voor ‘verbeter de wereld’-plannen, terwijl bijna geen enkele investeerder of fondsmanager erin zal slagen om de verwachte effectiviteit vooraf kritisch in te schatten.

 

Nou moeten we niet te negatief doen. We zijn natuurlijk enorm dankbaar dat het belang van het meenemen van maatschappelijke effecten anders dan rendement, steeds meer tussen de oren van belangrijke investeerders gaat zitten (ESG, SRI). En nog dankbaarder zijn we voor de start van zoektochten naar het doen van pro-actieve investeringen ten behoeve van onze wereld. Maar al met al vragen we ons af in welke mate de definitie van impact investering met haar nadruk op intent (bedoeling) en (achteraf) meten helpt om dit groeiende tankschip de juiste kant op te sturen.

 

Wij stellen ons zo voor dat het zou helpen wanneer de rolmodellen in de impact investing industrie – en dat zijn toch vaak die dappere filantropen die zich weer aan iets compleet nieuws wagen – een definitie omarmen die gaat over het zo goed mogelijk oplossen van sociale problemen. Dan gaat het niet over investeren in arbitrair gekozen maatschappelijke thema’s, noch over meetbare maatschappelijke resultaten. In plaats daarvan komt de nadruk op het oplossen van problemen op de snelste en meest duurzame manier. De vragen verschuiven van “kun je jouw impact aantonen” naar “welke problemen los je op?” “in welke mate?” en “had je meer kunnen doen?”.

 

“Impact investing is about having a social objective, an important problem to solve that others are neglecting, and using capital and your expertise to find those funds/investments that are the best at achieving your social objective at the swiftest possible speed.” [quote van Effective Giving AXA expert meeting presentatie]

 

Illusie van accountability via financieel rendement overboord gooien en in plaats daarvan erkennen dat financieel rendement nog geen maatschappelijk rendement is

Er heerst een gevoel dat impact investing gepaard gaat met meer ‘accountability’ dan andere instrumenten. Het geld komt ‘terug’ en daardoor is men geneigd de foutieve aanname te maken dat de maatschappelijke doelen dan ook zijn behaald zijn. En dat is gevaarlijk.

Toon meer

De redenatie die ten grondslag ligt aan het gevoel dat financieel succes genoeg is, komt vaak hierop neer: wanneer een bedrijf de lening terug kan betalen of kan worden verkocht, als het goede wat het bedrijf volgens de impact assessment (het vooraf maken van schattingen van de maatschappelijke impact) zou doen gebeurd is. Jammer genoeg laat de groeiende hoeveelheid serieuze evaluaties van ‘verbeter de wereld’-projecten zoals ontwikkelingsinterventies tot nu toe zien dat de impact assessment (het vooraf inschatten van de resultaten) vaak vele malen positiever is dan de impact evaluatie (het achteraf meten van resultaten)*.

* In dit artikel van 80.000Hours wordt dieper ingegaan op de stelling dat de meeste sociale programma’s niet de gewenste impact hebben.

 

Ook de maatschappelijke KPI’s die steeds enthousiaster opgesteld worden door impact investors helpen hier vaak niet mee. Dit is vooral zo wanneer de directe sales van producten of diensten niet de impact is die wordt nagestreefd. Denk bijvoorbeeld aan een soepkeuken waar dit wel het geval is, hoe meer soep men verkoopt hoe meer voortgang men maakt op het doel om de hongerigen te voeden. Bridges Ventures noemt deze situaties ‘lock-step’, waar meer verkoop gelijk loopt met meer impact. Dan hebben we ook niet allerlei complexe meet-methodieken nodig voor accurate oorzakelijke verbanden.

 

Echter, in het geval van een lamp op zonne-energie, verbeterd zaad of een eerlijke telefoon is dat veel lastiger. Er is een complexe keten van maatschappelijke effecten die zich moeten manifesteren door de bedrijfsvoering en de verkoop en het bedrijf heeft weinig grip op de mate waarin levens van consumenten ook daadwerkelijk verbeterd zijn. Grip daarop krijgen lukt je niet met een paar indicatoren en zelfgefabriceerde surveys. Daar heb je gedegen wetenschappelijke evaluaties voor nodig en in een context die toestaat deze evaluaties nauwkeurig uit te voeren*.

* Acumen is bezig met innovaties in goedkopere dataverzameling samen met Omidyar Foundation, zie dit artikel.

 

De foutmarge in assessments van impact (voorspellingen), en de noodzaak voor evaluaties, is makkelijk te begrijpen als je die parallel trekt met de financiële kant van investeringen. Financiële impact assessments zijn vaak inzichtelijk. Doordat er duidelijke en internationaal geaccepteerde manieren zijn om de financiële resultaten van investeringen te meten, is het mogelijk voor investeerders om gefundeerde schattingen te maken van de verwachte financiële resultaten op basis van investeringen uit het verleden (al bieden die natuurlijk geen garanties voor de toekomst!). Voor veel impactinvesteringen geldt niet dat onze maatschappelijke impact assessments gebaseerd zijn op een grote hoeveelheid resultaten uit het verleden, waar we onze inschattingen mede op kunnen baseren. Daardoor vormen ongefundeerde impact assessments een grote bedreiging voor de potentiële waarde van impact investing voor daadwerkelijke impact.

 

Een nederiger houding aannemen over de impact die impact investments (kunnen) behalen

Laten we vooropstellen dat we de meeste impact investors die we kennen enorm dapper vinden dat ze überhaupt weg bewegen van traditionele investeringen. Toch vinden we het belangrijk om het punt te maken dat we denken dat een nederiger houding in impact investing de impact ervan zou kunnen vergroten.

Toon meer

Het is geen uitzondering dat we impact investors enthousiast horen vertellen over social entrepreneurs die hen voor het eerst bewust maakten van het bestaan van een bepaald probleem, om vervolgens ook de best mogelijke oplossing daarop te bieden wat ook nog met een renderend business model uitgerold kan worden. De asymmetrie van informatie is vaak gevaarlijk hoog; de ondernemer leest de impact investeerder de les en haar verdediging is gering doordat zij vaak een diversiteit aan investeringen heeft die met verschillende modellen hele verschillende problemen aanpakt waarvan haar kennis nou eenmaal beperkt is. Fondsen zijn hier ook niet altijd het antwoord, omdat teams vaak overwegend bestaan uit financiële experts en de ‘maatschappelijke kant’ van het verhaal bestaat uit een meet expert en een deal sourcer.

 

Met meer nederigheid bedoelen we dat de impact investeerder deze asymmetrie erkent en daarmee ook haar tekort aan kennis over complexe maatschappelijke problemen en de relatieve effectiviteit van verschillende oplossingen. Een belangrijke reden dat we geloven in de kracht van meer van dit soort nederigheid is dat de groeiende hoeveelheid impact evaluaties van (goed evalueerbare) ontwikkelingsinterventies heeft laten zien dat:

 

  1. i) onze intuïtie over welke interventies werken het vaak fout kan hebben
  2. ii) überhaupt een groter percentage interventies geen of negatieve effecten heeft tov positieve effecten
  3. iii) er interventies zijn die vele malen effectiever zijn dan andere en die we dus lastig kunnen vinden als we op onze intuïtie af gaan

 

Moeten we dan net zo’n paranoïde houding aannemen met impact investing als met traditionele NGO-projecten? Jammer genoeg denken wij dat het antwoord ja is. Dat betekent net als in NGO-land niet alleen meer aandacht voor het opzoeken van impactevaluaties van (goed evalueerbare) interventies, maar ook meer aandacht wanneer deze evaluaties er niet zijn of niet relevant zijn heldere theories of change met enorm kritische bevragingen door geïnformeerde stakeholders van de assumpties die daarin gedaan worden. Oh ja, en vergeet het perspectief van de consument dan niet!

 

Een logisch tegenargument is natuurlijk dat dit impact investors demotiveert om überhaupt iets te doen. Wij denken echter dat zelfs wanneer dit zo is, dit opweegt tegen de negatieve of uitblijvende impact die investeringen bij een gebrek aan nederigheid anders kunnen hebben. En niet opweegt tegen de geweldige impact waarin investeringen vanuit een nederiger houding kunnen resulteren.   

 

De aandacht op impact verleggen, omdat waar deze nu ligt, onderaan de trechter van keuzes (land, problematiek, sector, type bedrijven, specifiek bedrijf), er juist de minste kans is om de impact (nog) te verhogen

In open gesprekken met impactfondsenmanagers krijgen we vaak het argument dat met de lens van de absoluut (verwachte) impact het strategische proces doorlopen vaak a) de wens van de investeerder niet is, b) veel duurder zou zijn, waardoor de management fee zou verhogen en de propositie niet te verkopen zou zijn.

Toon meer

[Wij hebben van beide thema’s te weinig kennis om te kunnen inschatten of deze argumenten kloppen. Als het inderdaad zo is dan zou het een mooie filantropische investering kunnen zijn om deze specifieke kosten te dragen en zo een heel fonds effectiever te maken. Of om mee te investeren om andere investeerders te beïnvloeden en zo meer focus op impact te krijgen.]

 

Wij denken echter dat de impact van impactinvesteringen enorm zou vergroten als er wel meer vanaf het begin van het strategische proces aandacht is voor impact. Dit komt doordat de impact van een fonds kan bestaan binnen de grenzen van de volgende keuzes:

 

  1. De potentiële impact van het probleem (in impact investing taal vaak ‘thema’ genoemd) wat men probeert op te lossen
  2. De effectiviteit van de oplossingen die de deals (ondernemingen, projecten, bedrijven, etc.) in het fonds bieden         

 

Dit kunnen we grofweg conceptualiseren als een fuik of trechter, waar de eerste en grootste keuzes op welke problemen te focussen in het algemeen veel meer effect hebben op de uiteindelijk impact van een fonds dan de keuzes onderaan zoals de mate van bemoeienis met een specifieke investering.

 

Denk bijvoorbeeld aan een fonds dat het vergroten van welzijn als ‘social impact’ target heeft. Er zijn twee opties. De eerste optie is gericht op Noord-Amerika en investeringen in sportscholen en haarproducten voor zwarte vrouwen om welzijn te verbeteren. De tweede optie is om investeringen te richten op oost-Afrikaanse landen in ondernemingen die de bottom billion bereiken met basis medische zorg. Het te kiezen thema (welzijn vergroten in een relatief welvarend werelddeel vs. toegang tot basis medische zorg in een relatief arm werelddeel) bepaalt de potentiële impact van het fonds. In het eerste voorbeeld moet de effectiviteit van de oplossingen (de ‘social impact’ targets) van alle deals relatief vele malen groter zijn dan die van het tweede voorbeeld om dezelfde mate van impact – verhogen van welzijn – te krijgen.

 

Wanneer het over impact gaat vooralsnog in de slide decks van fondsen zien we echter vaak het tegenovergestelde – er wordt over impact gepraat als een rapportage of sturingsmechanisme van gemaakte deals. Wat een enorme kans om dat te veranderen.

 

Het INT framework [Important, Neglected, Tractable] gebruiken om te prioriteren

In Effective Giving gebruiken we het ‘INT framework’. De letters INT staan voor ‘Important’, ‘Neglected’ en ‘Tractability’. Je kan dit framework gebruiken om een betere inschatting te maken van de manier waarop je met je beperkte middelen het meeste positief verschil kan maken. We hebben al wat ervaring opgedaan van het gebruik ervan op het niveau van probleemselectie (of in impact investing taal, themaselectie), alsook het niveau van oplossingen (het ene fonds versus het andere, of de ene deal versus de andere). Tot nu toe hebben wij de indruk dat dit ook heel nuttig kan zijn voor impactinvesteringen.

Toon meer

In dit artikel* leggen we dit framework verder uit. Voor impactinvesteerders is het extra belangrijk om ook te kijken (zowel op probleemselectie- als op oplossingenniveau) of de investeringen aanvullend zijn, door te bevragen of de investeringen niet door de reguliere markt opgepakt kunnen worden.

* Lees meer over het gebruik van dit framework in grantmaking in dit artikel.

 

Het belangrijke instituut in de impact investing markt, Bridges Ventures, legde ons laatst uit dat zij veelal proberen om in ‘lock step’-aanpakken te investeren. Wanneer we de gelimiteerde mankracht bij de meeste impactinvesteerders nemen om gecompliceerde evaluaties accuraat te raadplegen (waar beschikbaar) of uit te voeren als gegeven, lijkt dat een wijze keuze.

* Lees meer over het gebruik van lock step in dit artikel.

 

Wanneer men toch omhoog beweegt in de probleemdefinitie- en type-aanpakken, is het raadplegen (of inkopen) van evidence reviews, het uitvoeren van gedegen impactevaluaties en waar nodig het gebruiken van methoden met veel aandacht voor theories of change belangrijk.

 

Impact evidence matrix

 

Conclusie

Het is niet gemakkelijk om bescheiden te zijn (en te blijven) als impactinvesteerder. De plannen van bedrijven of sociaal ondernemers klinken veelbelovend. Vervolgens is het een enorme klus om samen met hen bijvoorbeeld een agrarisch bedrijf in een ruraal gebied in Malawi van de grond te krijgen. De chef du Post verwacht een nieuwe brug, de gemeenschap ziet je als neokoloniaal. Je wilt met de lokale boeren samenwerken; maar om hun productie op een voldoende niveau te krijgen, moet je hen eerst een lening verschaffen om een irrigatiesysteem te kopen, en trainen in het gebruik daarvan. Als het bedrijf dan na een paar jaar eindelijk wat op gaat leveren, is het moeilijk om je ook nog eens kritisch af te vragen of de mensen (en de natuurlijke omgeving) wel écht baat hebben gehad bij jouw investering, en of je niet beter een andere investering had kunnen doen die meer verschil had gemaakt. Laat staan dat je deze kritische vragen al vooraf moet gaan stellen.

Toch moeten we wanneer we effective impactinvesteerders willen zijn bescheidener zijn en de vraag van de verwachte impact helemaal naar het begin van het proces trekken. De kans dat onze investering geen slecht doet, en de wereld daadwerkelijk een stukje de goede kant op duwt, is voor zover we weten best wel klein. Dit is echter geen reden voor inactie; want er is ook heel veel reden om te geloven dat wanneer we gerichter zoeken, we investeringen vinden met een enorm hoge verwachte impact. Bedrijven en fondsen die dus beter en sneller de belangrijke problemen oplossen waar onze wereld mee kampt en die de reguliere markt laat liggen. Het is toch prachtig wanneer jouw kapitaal daaraan bij kan dragen!

Referenties

Toon meer

Attanasio, O., Augsburg, B., De Haas, R., Fitzsimons, E. en Harmgart, H. (2011). Group Lending or Individual Lending? Evidence from a randomised field experiment in Mongolia. MPRA Paper No. 35439.

Augsburg, B., Haas, R.D., Harmgart, H. en Meghir, C. (2012). Microfinance, Poverty and Education. IFS working paper.

Ayyagari, M., Beck, T. en Demirgüç-Kunt, A. (2003). Small and Medium Enterprises across the Globe: A New Database, Policy Research Working Paper 3127 (World Bank, Development Research Group, Washington, D.C.)

Banerjee, A., Chandrasekhar, A., Duflo, E. en Jackson, M. (2012). The diffusion of microfi- nance. MIT working paper.

Berge, L.I.O., Bjorvatn, K. en Tungodden, B. (2012). Human and financial capital for microenterprise development: Short-term and long-term evidence from a field experiment in Tanzania. Beschikbaar online via: https://www.dartmouth.edu/~neudc2012/docs/paper_173.pdf

Crépon, B., Duflo, E., Devoto, F. en Pariente, W. (2011). Impact of Microcredit in Rural Areas of Morocco: Evidence from a Randomized Evaluation. J-PAL working paper.

De Mel, S., McKenzie, D.J., Woodruff, C. (2008a). Are Women More Credit Constrained? Experimental Evidence on Gender and Mircoenterprise Returns. American Economic Journal: Applied Economics, 1(3): 1-32.

De Mel, S., McKenzie, D.J., Woodruff, C. (2008b). Returns to Capital in Microenterprises: Evidence from a Field Experiment. Quarterly Journal of Economics. 123(4): 1329-1372.

De Mel, S., McKenzie, D.J., Woodruff, C. (2009). Measuring microenterprise profits: Must we ask how the sausage is made? Journal of Development Economics. 88(1): 19-31.

De Mel, S., McKenzie, D.J., Woodruff, C.(2012). One-Time Transders of Cash or Capital Have Long-Lasting Effects on Microenterprises in Sri Lanka, Science, 335(6071): 962-966

Karlan, D. en Zinman, J. (2010). Expanding Microenterprise Credit Access: Using Randomized Supply Decisions to Estimate the Impacts in Manila. Innovations for Poverty Action working paper.

Rockefeller  Foundation, 2010 beschikbaar via http://www.rockefellerfoundation.org/blog/impact-investments-emerging-asset

Sonen Capital, 2013 beschikbaar via http://sonencapital.com/impact-report-2013.php

WEF, 2013 beschikbaar via http://www3.weforum.org/docs/WEF_II_FromMarginsMainstream_Report_2013.pdf

 

[1] IOB, Op Zoek Naar Focus en Effectiviteit, 25-04-2012, beschikbaar via: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/04/25/iob-op-zoek-naar-focus-en-effectiviteit.html

[2] Zie de studie van Meghana, Beck, en Demirgüç-Kunt, (2003)

[3] Er zijn wel een heel aantal onderzoeken die kijken naar het effect van toegang tot kapitaal op mirco-bedrijven met minder dan 10 werknemers zoals de studie van Berge, Bjorvatn en Tungodden (2012) en de studie van De Mel, McKenzie en Woodruff (2009).

[4] Zie de studies van De Mel, McKenzie en Woodruff (2008a), (2008b), (2012)

[5] Deze onderzoeken zijn bijvoorbeeld gedaan in Mongolië (Attanasio et al., 2012), Bosnie (Augsburg et al., 2012), India (Banerjee et al., 2009), Zuid Afrika (Karlan and Zinman, 2010), Marokko (Crepon et al., 2011), en de Filipijnen (Karlan and Zinman, 2011).

[6] De onduidelijkheid over deze additionaliteit van impact investeringen leidt weer tot vragen over marktverstoring. Deze zijn echter buiten de scope van deze essay.

[7] Er zijn natuurlijk een tal van studies die de maatschappelijke effecten van specifieke diensten, producten of (aspecten van) een inclusief business model onderzoeken die impact investeerders veel informatie kunnen geven over de waarschijnlijkheid dat er positieve impact zal zijn. Zie bijvoorbeeld het overzicht van de kennis over de verschillende assumpties in de veranderingstheorie van impact investeerders in de agrarische sector gemaakt door het Initiative for Smallholder Finance, een multi-donor organisatie die als doel heeft om te laten zien hoe specifieke producten en diensten kunnen leiden tot het financieren van kleine boeren: http://smallholderimpactliterature.globaldevincubator.org/index.php/Smallholder_Impact_Literature_Wiki-_Home

[8] De website TRASI vormt een database met meer dan 150 van dit soort tools, samengesteld door The Foundation Centre en McKinsey. Zie: http://trasi.foundationcenter.org. Ook is er een wildgroei aan consulting bureaus die begeleiding in het meten van impact, of specifieke methode om impact te meten, aanbieden.